Mussolini leeft nog


MUSSOLINI LEEFT NOG
(A.D. 2015)

We naderen Predappio.
‘Ehm…, Predappio?’, zullen heel wat mensen zeggen. Inderdaad, Predappio.
Het is een plaatsje in het Italiaanse binnenland, waar niemand ooit komt die er niets te zoeken heeft.
Maar… verbluffend veel mensen hebben er wél iets te zoeken. Nog steeds. Predappio is namelijk een bedevaartsoord. Niet ter ere van een heilige, maar voor een ‘gewoon’ mens. Het is in Predappio dat ‘Il Duce’ Benito Mussolini ter wereld kwam. En het is ook daar waar zijn stoffelijke resten rusten.

We zijn er bijna, terwijl donkere wolken zich samenpakken. Net nu begint het te donderen en dat na een lange periode van droogte. Een bliksemflits. We ervaren het als een teken van onheil, maar met dat gevoel zijn we onder de bezoekers wellicht alleen. Duce-fans zijn dol op donker. Nog beter: zwart. En ze zijn trots op La Folgore, De Bliksemschicht, het parachutistenkorps dat in de Tweede Wereldoorlog werd opgericht.
We rijden Predappio binnen over een brede weg, genoemd naar de antifascist Giacomo Matteotti. En juist daar, of all places, zien we grote Italiaanse vlaggen, wapperend in de onweerwind. Ze markeren winkels met Mussolini-memorabilia. Maar, wie weet, hebben die winkeliers helemaal geen moeite met hun straatnaam. De antifascist werd immers door fascisten om het leven gebracht.
De winkels doen anno 2015 goede zaken. Verbluffend goed. Een ervan heeft bij wijze van extra bliktrekker een ‘bronzen’ adelaar op de stoep gezet.

adelaar.M

Naast de ingang een bak met bloemen, maar dat klinkt fleuriger dan het is. De bloemen zijn zwart.

Eenmaal binnen word je duizelig van wat er allemaal aan fascistische snuisterijen te koop is. Teveel om in één keer in je op te nemen. Maar duidelijk is dat er ook vandaag de dag nog pasgeborenen zijn die de liefde voor de Duce met de paplepel krijgen ingegoten. Een kruippakje voor baby’s vermeldt: ‘Voor een zuiverder wereld: keer terug Oom Benito‘.

baby.M

Wat ‘zuiverder’ wil betekenen staat er niet bij, maar kan wellicht worden afgeleid uit andere slogans die in de winkel om aandacht vragen: ‘Italië voor de Italianen‘, ‘Als Italiaan word je geboren, je kan het niet worden‘ en ‘White Power‘.

Oom Benito zelf is postuum nog verkrijgbaar in alle denkbare vormen.

BB.M

Uiteraard kan daarbij het borstbeeld niet ontbreken, maar je ziet hem ook vaak als silhouet van zijn gezicht, en profil. Zo krachtig mogelijk. Want daar houden de Duce-fans vooral zo van. Alsof zijn aantrekkingskracht gevat kan worden in

Il Duce = Korte metten

En waarmee dan wel? Met alles wat fascisten niet bevalt. De niet-fascisten voorop. Om duidelijk te maken hoe het zit kan je er een T-shirt van kopen, met de tekst ‘Of mét ons, of tegen ons‘.
Ondertussen heeft een klant een stevige zwarte knuppel uitgezocht. En dat terwijl een verkrijgbaar logo twee gekruiste knuppels laat zien met de aansporing ‘Bij twijfel: Sla erop!’
Maar over de blonde buitenlander is van twijfel geen spoor. Alsof nog nooit een andersgezinde zich in deze winkel heeft gewaagd. Sterker, er wordt me zelfs een glas wijn aangeboden. Uit een fles met fascistisch etiket. De wijn is weliswaar rood, maar dat is een geval van overmacht. Predappio is namelijk ook de thuisbasis van verrassend goede Sangiovese di Romagna. Daarbij komt het goed uit dat rode wijn in Italië ook wel door het leven gaat als ‘nero’, zwart.
Nee, rood kan hier verder niet op enige sympathie rekenen, integendeel. ‘Liever dood dan rood‘ valt er te lezen en de hand van een jonge klant gaat trefzeker in de richting van een sticker met de tekst ‘Wanted only dead‘, rond de beeltenis van Che Guevara.
Ik bedank vriendelijk voor de wijn. Hoewel ‘fascistische wijn’ alleen in je hoofd kan bestaan, zorgt juist het hoofd ervoor dat wijn door zo’n fascistisch etiket een bijsmaak krijgt. Raar, maar waar.
In elk geval is duidelijk dat je hier niet moet uitbarsten in de Internationale, of het liedje gaat neuriën dat zo in je hoofd gaat zitten dat je het er niet meer wegkrijgt: het roemruchte partizanenlied ‘Bella Ciao’. Nee, dit is de plek waar je wel goede sier maakt met een vertolking van ‘Giovinezza’ – ‘Jeugd’, het fascistische lied dat alle jongelingen ooit verplicht moesten leren. (Zie ook dit ‘Detail uit Het Paradijs‘).
Mocht je niet meer weten hoe dat jeugdied gaat, geen nood. In de winkel is een ruime verzameling voorhanden van cd’s met fascistische liederen, strijdgezang en historische opnamen. Ook materiaal van de nazistische broeders ontbreekt niet. En als de koffie je er beter door gaat smaken, dan kan je hier zowaar zelfs een espresso-servies aanschaffen met SS-logo of de beeltenis van Der Führer selbst.
In zoverre wekt het verbazing dat juist de Führer de figuur van Mussolini op den duur wel heel pietepeuterig deed afsteken, ondanks diens stevige postuur. Op het beledigende af. Inclusief het moment dat de Duce door de Duitsers met een spectaculaire actie moest worden gered. (Zie Cacciucco, het boek, p.26-27).

Het blijft trouwens de vraag hoe de geschiedenis over de Duce zou hebben geoordeeld als hij niet zijn noodlottige verbond met de Duitsers was aangegaan. Inmiddels kunnen we Mussolini er niet meer los van zien en vertroebelt het de blik op wat hij misschien wél goed heeft gedaan: werkverschaffing in tijd van crisis, het onderdrukken van de mafia, het droogleggen van moerassen in de strijd tegen malaria. Zeker is dat een aantal van zijn latere geallieerde tegenstanders vóór de oorlog nog lovend over hem spraken.

De soort strijd waarin de Duce duidelijk niet uitblonk was de militaire. Zo kwamen de veroveringen in Afrika mede tot stand door het abjecte gebruik van gifgassen en waren de acties in de Balkan en Griekenland regelrechte rampen. Ook daarom verbaast die spreuk in de etalage van de winkel, onder Benito’s gehelmde hoofd:

chi non sa.L

‘Wie geen oorlog kan voeren, kan heel moeilijk vrede tot stand brengen’.

Het klinkt bovendien alsof hij vooral dat eerste wilde. In elk geval was Mussolini niet de eerste (en laatste) die juist dankzij buitenlandse vijanden binnenlands steviger in het zadel zat. Aanvankelijk.

Ondertussen dool ik verder door de winkel en bespeur een zekere overlap tussen de wereld van de voetbalhooligans (de ‘ultras’) en de Duce-fans. Er zijn jacks te krijgen met ULTRAS als opschrift en combinaties van fascistische slogans en een cirkel die voor de ene helft uit een voetbal en de andere uit de Italiaanse driekleur bestaat. Typische teksten zijn ‘Eer en Trouw‘ en ‘Veel vijanden, Veel eer‘.
Zonder vijanden zou het leven niks zijn. Zelfs als je ze niet hebt valt er iets op te vinden:

‘WIJ MARCHEREN / Tegen alles en iedereen!’

Opgeven is geen optie. De spreuk ‘Ik wankel, maar geef niet op‘ is zelfs verkrijgbaar op slabbetjes voor peuters. Het ademt allemaal een hang naar heldhaftigheid en (semi-)militaire discipline. In zekere zin doet het ook denken aan de andere kant van het politieke spectrum. Zowel zwarthemden als Rode Brigades, altijd zijn er wel mensen die de kluwen spaghetti die ‘Italië’ heet met het zwaard willen ontwarren. Radicaal. Linksom, of rechtsom.
Opvallend is dat links en rechts elkaar in Italië wel met een zekere regelmaat treffen bij demonstraties, maar dat winkels als die in Predappio kennelijk ongehinderd kunnen bestaan. De enige weerstand ondervinden ze van elkaar, zo blijkt uit krantenartikelen die in de etalage van ‘Predappio Souvenir’ zijn te lezen. De rivaliteit tussen de winkels neemt zelfs pittige vormen aan, waarbij de eigenaar van de ene zelfs door een (fascistische?) fles van de andere getroffen werd.
Vandaag is zijn humeur echter uitstekend en hij prijst ons zelfs zijn overburen aan. Het is een ijssalon. Ze timmeren er niet aan de weg met hun ‘vaniglia‘, maar met de smaken ‘Benito’ en ‘Ventennio’. Die laatste refereert aan de ‘heilsperiode’ 1925-1945, de twintig jaar dat de fascisten in Italië aan de macht waren.
In plaats van naar de overkant zetten wij echter koers naar het kerkhof. Maar we parkeren er aan de verkeerde kant. Er stopt een Fiatje naast ons. Het is de eigenaar van de winkel, die ons wijst waar we wel moeten zijn.
De drie kerkhofwerkers bij de ingang vragen ons niet wat we komen doen. Ze weten het al: ‘Bij de kapel boven, rechts’. Ja, rechts van de Heer, natuurlijk. Niet links.
Eén van de evergreens in de fascistische slogancollectie is ‘Geloven, Gehoorzamen, Strijden‘. Mogelijk bedoelde Benito met dat ‘Geloven’, geloven in hem, Benito M. Zelf was hij lange tijd zeer anti-kerkelijk, zelfs anti-christelijk, maar hij was pragmatisch genoeg om de katholieken niet te zeer van zich te vervreemden. Kortom, dat ‘Geloven’ kon je ook religieus opvatten.
Even later staan we bij de ‘Cripta Mussolini’.

cripta.m

Mijn metgezel gelooft het wel, zodat ik alleen afdaal tussen de tombes. De mensen die daar nog waren vertrekken net bij mijn aankomst zodat het onwaarschijnlijke gebeurt: Benito en ik, we zijn samen. Met niemand erbij. Goed, er zijn nog andere Mussolini’s die hier liggen. Maar die zijn dood. Benito niet. Benito leeft. Voor de tombe ligt een gastenboek op een Italiaanse vlag.

Tombe.M

De teksten erin laten zich simpel samenvatten in een tweetal:

Je bent voor altijd in ons hart‘ en zelfs: ‘Je bent alles‘.

En ik? Wat moet ik? Ja, ik kan hem nu toespreken, zoals mensen dat wel op begrafenissen doen, maar dat heeft iets lafs. Hij kan niets terugdoen.
Dus denk ik het maar een beetje in mezelf:

‘Daar ligt u nu, Duce. Hoog gestegen, diep gevallen. Geëindigd ondersteboven, hangend aan dat benzinestation, daar in Milaan. En nu dus hier.
U droomde van ‘De Romeinen Deel 2’. Maar de Italianen zijn de Romeinen niet en moeten dat ook niet willen zijn. Vinden wij, buitenlanders. Wij vinden dat een Italiaan gewoon simpatico moet zijn, van zijn mamma moet houden en verder lekker moet eten.
Dus tussen ons gaapt een diepe kloof. Wij, buitenlanders, kunnen niet begrijpen dat de Italianen u serieus namen wanneer u daar zo stond. Te oreren. Met de handen in uw zij en die kin zo ver naar voren. Op z’n best vonden wij dat potsierlijk. Maar ik weet het, we hebben in Rome een buurvrouw gehad die u juist om die oraties zo bewonderde. En ze was niet de enige. Bovendien, de lichaamstaal van uw vriend Adolf was zelfs voer voor Charlie Chaplin.
Trouwens, zonder u was de mooiste film die ik ken nooit gemaakt. Dus moet ik u nu daarvoor bedanken?’

Onze tijd samen is om. Er komen weer andere mensen aan. Mijn metgezel heeft ze binnen zien gaan. Het standaard Italiaanse gezin van nu: vader, moeder, kind. Eentje. Het drietal keurig gekleed. De vader hield stil voor de ingang van de crypte, bracht de fascistengroet, sloeg een kruisje en legde toen zijn hand op de plaquette. Alvorens af te dalen naar zijn held.

Buiten begint het steeds harder te regenen. Van mijn plan komt niets meer. Om de mensen op straat te vragen of Benito het Predappio van vandaag verdeelt. Of niet.
Dus gaan we maar. Tussen de deur van de auto zit een folder. Stampvol borstbeelden, asbakken, sleutelhangers, vlaggen, petten en wat al niet. Daardoor weten we nu ook de maat van de knuppels. Ze zijn 45 centimeter. Ook te bestellen via internet.

groet.M

Fascistische Varia

-Vooral doordat ‘fascistisch’ te pas en te onpas wordt gebruikt weet niemand meer wat het precies is. Voor zover iemand het ooit geweten heeft. In elk geval houdt het onverdraagzaamheid in ten opzichte van ‘het andere’.
De uitdrukking wortelt in het Latijnse woord ‘fasces’, waarmee de Romeinse roedenbundel werd aangeduid. Deze bestond uit een verzameling houten roeden die door een leren riem bij elkaar waren gebonden, vaak rond een bijl. Met elkaar was dit geheel erg sterk, kortom: ‘ Eendracht maakt macht’. Het gold als symbool van de Romeinse gezagsdragers die de macht hadden om te straffen. Daarbij stond de bijl voor het beslissen over leven en dood.

-De roedenbundel komt als symbool ook vandaag nog veelvuldig voor in bijvoorbeeld de Verenigde Staten, zoals aan weerszijden van de voorzitter van de Senaat.

-We spraken laatst een Duitser, die al dertig jaar in Noord-Italië woont. Hij zei: ‘Noord-Italianen zijn fascisten. Niets aan te doen’.

-Kreten als ‘White Power’ hadden ten tijde van Benito niet door de beugel gekund, aangezien hij ieder gebruik van vreemde talen bij wet verbood. Zo extreem, dat zelfs de jazzman Louis Armstrong door de Italiaanse molen ging en eruit kwam als Luigi Braccioforte.

-Mogelijk de meest courante fascistische slogan van vandaag is ‘Me ne frego!’ Deze kreet komt uit de koker van de schrijver-dichter-politicus-rokkenjager-extremist Gabriele D’Annunzio en wortelt in de Eerste Wereldoorlog. Vanaf daar verschillen de lezingen. Letterlijk betekent Me ne frego: ‘Het kan me niets schelen’. Volgens één versie zou dit oorspronkelijk zijn uitgesproken door een hoge militair ten aanzien van te lijden verliezen. In de zin van: ‘Het kan me niet schelen hoeveel verliezen we lijden, als we maar winnen’.
In een andere versie is sprake van een gewone soldaat die de spreuk op zijn gewonde been geschreven had, in de zin van: ‘Het kan me niet schelen hoeveel ik lijd ter ere van het vaderland’.
Anno 2015 zou het me niet verbazen als dragers van een Me ne frego! T-shirt zich zouden kunnen vinden in vertalingen als ‘M’n rug op!’, ‘M’n reet!’ of ‘Fuck You!’ Waarbij ‘You’ staat voor al diegenen die niet mét hen zijn.

Maar ik moet het ze nog vragen.

*

© Joost Overhoff